Luxemburg aan de Sure

De avondschemer treedt in en na het eten van een overdreven grote schnitzel zoals ze ze alleen in luxemburg kunnen bereiden gaan we onze hengel uit gooien. Op de achtergrond is te zien hoe we met de vlieghengel proberen de roofvis uit het water te lokken door de natuur na te bootsen en dat doen we door de droge vlieg, die aan het eind van de leader "hoofdlijn" is bevestigd een aantal malen boven het wateroppervlak te gooien. Hiermee lok je de roofvis tot de oppervlakte van het water. Een droge vlieg is feitelijk een larf die ontstaat uit de eitjes van bepaalde insecten. De meest bekende en meest gebruikte is de larve van de kokerjuffer. Nimfen zijn in feite onderwaterdiertjes die voortspruiten uit de eitjes van ééndagsvliegen doch in het vliegvisjargon wordt het woord 'nimfen' ook bijvoorbeeld gebruikt als men met larveimitaties vist.

Natte vliegen bootsen dode of verzopen volwassen insecten na of ook volwassen vrouwelijke insecten die hun eitjes onder water afzetten.Streamers bootsen een soort visje na. Emergers bootsen uitkomende insecten na die van de bodem naar de oppervlakte opstijgen om daarna uit te vliegen als volwassen insecten.

Even een stukje theorie: Het vissen met de droge vlieg

In welke richting werpen? Volledig stroomop: dit vraagt veel arbeid omdat men constant contact moet houden met zijn vlieg door de vliegenlijn te verkorten (binnenstrippen) - indien men de vlieg slechts enkele meters stroomop werpt hoeft men niet binnen te strippen; dan volstaat het de hengel langzaam opwaarts te heffen (opliften), de vlieg van het water te halen en in één beweging terug in te werpen - het voordeel is dat men de vis zeer kort kan benaderen omdat die steeds stroomop kijkt. Schuin stroomop is naar mijn oordeel de meest geschikte manier als het om de visserij op forel gaat. Haal de vlieg terug van het water als ze tot op jouw hoogte afgedreven is. Volledig stroomaf werpen is typisch bij het vissen op vlagzalm. Bij de afworp stop je de hengel op 12 uur zodat de vliegenlijn en vlieg kort voor jou op het water landt. Door de hengel langzaam te laten zakken zal de vlieg nu over een lange afstand ongehinderd met de stroming afdrijven en dit is noodzakelijk want de vlagzalm bestudeert lange tijd de vlieg alvorens toe te happen. Door het feit dat de vlagzalm minder schuw is dan de forel stoort het niet dat je tamelijk kort in zijn gezichtsveld komt. Interessante plaatsen om naartoe te werpen: Voor forel: ter hoogte van rotsblokken, uithollingen in de bodem, vlak tegen de oever naast een felle stroming (zeer goed in het voorjaar!), onder takken, tegen boomstammen die in het water liggen . Voor vlagzalm: in stroomgeulen waar het water (en het voedsel) zich op één strook concentreert. Bij de aanvang van het seizoen is het rivierpeil meestal hoger en is er dus meer stroming. Zoek dan de kalmere plekken op naast de felle stroming. Naargelang het seizoen vordert zoekt de vis meer en meer de stroming op omdat daar meer zuurstof aanwezig is.

Zeer belangrijk: De droge vlieg mag geen sporen trekken ("drag") in het water maar moet op een natuurlijke manier, als een echt insect, met de stroming meedrijven. Uitzondering hierop is het vissen met sedges. Een sedge "schaatst" dikwijls over het water wat natuurlijk de aandacht van de vissen trekt. Zo kan men doelbewust zijn droge sedgevlieg over het wateroppervlak trekken en dus sporen in het water veroorzaken. Tevens moet de leader mooi uitgestrekt op het water landen. Dikte van de leaderpunt: Van 0,08 mm tot 0,16 mm. Hoe sneller de stroming, hoe dikker men mag gaan en omgekeerd. De vis ziet minder goed door het gebroken wateroppervlak en heeft minder tijd om de passerende vlieg te bestuderen. Hoe minder helder het water, hoe dikker en omgekeerd. Vlagzalm is schuw van nylon; vis dus steeds dunner dan bij forelvisserij!

Grootte van de vlieg: Hoe meer stroming, hoe groter de vlieg en omgekeerd. Hoe minder helder water, hoe groter de vlieg en omgekeerd. In het begin van het seizoen gebruikt men grotere vliegen en naargelang het seizoen vordert kleinere. Volgens de soort vis: voor vlagzalm kleinere vliegen en voor forel grotere.