Overgenomen uit  VOX Worldwide cassetteservice mei 2009

Over schuldgevoelens

Duurt Sikkens

Laat ik nog eens proberen om e.e.a. onder woorden te brengen in verband met “schuld’ en “schuldgevoelens”. Het is een hardnekkig verschijnsel waaronder veel mensen gebukt gaan, of ze nou gelovig of ongelovig zijn. Al moet ik constateren dat het in religieuze kringen meer voorkomt. Omdat de uitspraak: “Wij staan altijd schuldig tegenover God en mensen” er bij velen diep ingeduwd is.

Origineel betekent ‘schuld’ een plicht tot betalen. Want je bent strafbaar wanneer je op een of andere manier hebt gefaald. Het heeft doorgaans te maken met een wet waaraan je niet hebt voldaan. Komt dit openbaar dan ‘boet’ je er voor. Je moet ‘betalen’. Daarbij kunnen dan ook nog schaamtegevoelens komen. Maar goed, dan is het verrekend en je kunt weer opnieuw beginnen, ook al zouden anderen je er nog op aankijken. Tòch voelen vele mensen zich aangeklaagd, want je hebt altijd het gevoel dat je faalt in je leven, en vaak voel je je dan verplicht tot een tegenprestatie om dat te vereffenen. Als dat op ‘afbetaling’ gaat kan je er je leven lang onder gebukt gaan en ga je van alles doen om het ‘goed te maken’.

Deze onbewuste schuldgevoelens kunnen diepe sporen trekken in je leven en je loopt haast krom onder dit onterechte onvermogen. Ellendig is dit vage, bijna ongrijpbare schuldgevoel. Als je daarmee behept bent is het een ‘aanjager’ om bijv. de hele dag klaar te staan voor anderen. Om er dan ’s nachts nog weer over te piekeren of het allemaal goed genoeg geweest is, jezelf voortdurend afvragend: ‘Waar heb ik verkeerd aan gedaan’. En of je niemand tekort hebt gedaan. Wel, ik denk dat dit naastenliefde is met een zweep erachter en derhalve een slavenbestaan. Je wilt nl. zó graag dat anderen ‘het goed hebben’ en gelukkig zijn, dat je er zelf ongelukkig van wordt. Maar dat verstop je dan weer achter de bezigheden die je voortdrijven. Die innerlijke drang, of liever dwang, vertekent je leven en vervormt je identiteit. Het is een vicieuze (kwaadaardige, noodlottige) cirkel waarin je gedwongen wordt rond te lopen. Probeer in dit verband eens antwoord te geven op deze vraag: “Ben ik een harde werker of ben ik een gelukkig mens”

Dat ‘heilige moeten’ en dit ‘arbeids-ethos’ heeft al heel wat slachtoffers geëist, in ’t groot (maatschappij) en in het klein (gezin) . En met ‘slachtoffers’ bedoel ik mensen op wie dit permanent aanwezige schuldgevoel een verlammende uitwerking heeft. Het merkwaardige is dus dat het tot tegengestelde reacties kan leiden in je bestaan door hyperactief bezig te zijn met het “liefhebben van je naaste, je medemens” .Kàn zeg ik, want barmhartigheid, een schitterende eigenschap, kan, voor je het weet, omslaan in gedrevenheid, een ‘liefhebberij’ waar je doodmoe van wordt. En dan is je (innerlijke) rust verdwenen: er zitten allemaal mensen op je schouders en je nek. Ik heb zelf in deze levenshouding gezeten. Zelfs tot over mijn oren, want ik was doof voor de raadgevingen van anderen om het anders te doen, nl. met behoud van jezelf.

In de uitspraak van Jezus: “kom naar mij als je vermoeid bent en belast(!) bent”, staat er in de grondtekst voor ‘vermoeid’ eigenlijk: ‘die tot vermoeidheid arbeidt’. Hier wordt de chronische moeheid bedoeld die doorgaans, in verband met ons onderwerp, het gevolg is van dit onbewuste schuldgevoel. Barmhartigheid komt tot zijn recht in rust, niet in onrust. En de ‘belasting’ waarover Hij spreekt, de jezelf opgelegde taakstelling, hoe goed ook bedoeld, drukt je neer en misvormt je leven. Dit lijden kun je natuurlijk camoufleren, maar diepweg ben je niet gelukkig, want dat schijnt niet te mogen. En dan ook nog bidden om dit vol te houden? Het beroerde gevolg is dat je je niet echt kunt ontplooien, want je zit in de plooi van de ‘dienstbaarheid’. Jezus raadt in één adem dan ook aan:  “Ga samen op met mij en leer van mij zachtmoedig te zijn”. Ook zachtmoedig naar jezelf! En dat is een leerproces, maar de toekomst ziet er voor jou en voor je naaste veel ruimer en zonniger uit. Uit je ‘diensthuis’, uit je slaven bestaan, en je zult ‘rust vinden voor je ziel’.

Dat is wat! Het is bevrijdend. Begraaf definitief en met vreugde de knagende, blijdschap-wegvretende worm van schuldgevoel. Wormen horen onder de grond. Zet op de grafsteen: “dit nooit weer”. En ga wandelen met Hem die jou zó liefheeft, dat Hij met jou samen wil leven, bevrijd van de ballast van schuld en boete. Dan ontdek je je eigenwaarde weer en ga je beseffen wat je voor God en Zijn Zoon betekent. Zó ziet Jezus zijn gemeente, dus zijn vrouw, graag.